Armoede

Armoede komt steeds meer voor in Nederland en is sterk toegenomen sinds de crisis in 2008. Het aantal mensen dat maandelijks te weinig geld overhoudt om van te leven neemt steeds meer toe. De voedselbanken kunnen de aanvragen niet aan. Ook langdurige armoede neemt steeds grotere vormen aan en het kan iedereen overkomen. Armoede kan ontstaan doordat mensen hun baan kwijtraken, door ziekte, echtscheiding of schulden. Armoede betekend dat je zelf niet kunt voorzien in de eerste levensbehoeften zoals schoon drinkwater, gezond voedsel, kleding, goed (beroeps) onderwijs en huisvesting. 

Mensen in armoede kampen met gevoelens van schaamte, afgewezen zijn, niet goed genoeg zijn, onmacht, schuld en verdriet. Dromen en verlangens kunnen om allerlei redenen niet gerealiseerd worden. Mensen in armoede worden geconfronteerd met veroordeling en hebben door negatieve ervaringen vaak een wantrouwen naar de buitenwereld zoals gemeente, scholen, deurwaarders en hulpverleners. Vaak voelen zij zich niet begrepen en spreken niet dezelfde taal wat de kloof naar de buitenwereld vergroot. Het is een kant van armoede die niet vaak gezien wordt door hulpverleners of vertegenwoordigers. Hierdoor begrijpen ondanks alle goede bedoelingen en inspanningen betrokkenen elkaar vaak niet.

Ongeziene krachten

Mensen in armoede bezitten ongeziene krachten en zijn enorm gemotiveerd om hun eigen situatie en die van hun kinderen te verbeteren. Mensen in armoede zijn sociaal en bereid om anderen te helpen. In de meest onmogelijke en chaotische omstandigheden weten mensen in armoede het hoofd boven water te houden. Het zijn krachten die mensen zich gedwongen eigen hebben moeten maken om zich staande te kunnen houden en waar zij zich vaak niet van bewust zijn dat deze inzetbaar zijn in hun weg uit de armoede.